26 begrippen die je tegenkomt zodra je iets met AI gaat doen, kort uitgelegd. Wat het is, waar het in de praktijk op vastloopt, en wanneer je het niet nodig hebt. Geen verkooppraat — dat staat bij de diensten.
Een LLM of large language model is een AI-model dat getraind is op grote hoeveelheden tekst en daarmee voorspelt welk woord logischerwijs volgt. Daar komt het schrijven, samenvatten en beantwoorden van vragen uit voort. Het model begrijpt niets; het herkent patronen in taal, heel precies en op enorme schaal.
Een token is het stukje tekst waarin een AI-model rekent: ongeveer drie kwart van een woord. Modellen knippen elke invoer en elk antwoord op in tokens, en rekenen per duizend tokens af. Een pagina tekst is ruwweg 500 tokens, een gemiddeld chatgesprek een paar duizend.
Het contextvenster is de hoeveelheid tekst die een AI-model in één keer kan meenemen: de vraag, het voorgaande gesprek, de meegestuurde documenten en het antwoord samen. Het wordt in tokens uitgedrukt. Wat er buiten valt, bestaat voor het model niet — daar zit geen waarschuwing op.
Een prompt is de instructie die je aan een AI-model geeft. Bij een zakelijke toepassing gaat het zelden om één zin: er zit een systeemprompt onder die vastlegt wie de AI is, wat hij wel en niet mag zeggen, in welke toon hij antwoordt en wanneer hij doorverwijst naar een mens.
Een hallucinatie is een antwoord dat een AI-model met volle overtuiging geeft en dat niet klopt: een prijs die niet bestaat, een regel die nooit is afgesproken, een bron die verzonnen is. Het model liegt niet, het kiest het meest waarschijnlijke antwoord — ook wanneer het het juiste antwoord niet heeft.
RAG staat voor retrieval-augmented generation. Het is de techniek waarbij een AI eerst de relevante stukken uit jouw eigen documenten opzoekt en pas daarna antwoord geeft, op basis van wat hij heeft gevonden. Zo beantwoordt een model vragen over jouw prijzen en processen zonder dat het daarop getraind is.
Een embedding is een stuk tekst omgezet in een rij getallen die de betekenis ervan vastlegt. Teksten die hetzelfde betekenen krijgen rijen die dicht bij elkaar liggen. Daardoor kan een computer zoeken op betekenis in plaats van op letterlijke woorden.
Een vectordatabase is een database die embeddings opslaat en razendsnel kan opzoeken welke het dichtst bij een zoekvraag liggen. Het is de bewaarplaats onder een RAG-toepassing: daar staan je documenten in een vorm waarin een AI ze op betekenis kan doorzoeken.
Finetunen is een bestaand AI-model bijtrainen op je eigen voorbeelden, zodat het zich anders gaat gedragen: een vaste toon, een vast antwoordformaat, een vakjargon dat het standaardmodel niet kent. Het verandert hoe het model antwoordt, niet wat het aan feiten weet.
Een AI-agent is software die zelfstandig een taak afhandelt in plaats van alleen tekst te produceren. Hij voert een gesprek, kijkt onderweg dingen op, gebruikt systemen zoals je agenda of je CRM, en zet daadwerkelijk een handeling door. Het verschil met een chatbot zit in dat laatste: een agent doet iets.
Een voice-agent is een AI die telefoongesprekken voert in gewone spreektaal. Hij neemt op, verstaat wat de beller zegt, antwoordt met een natuurlijke stem, en kan onderweg in je agenda of je CRM kijken. Onder de motorkap zitten drie stappen: spraakherkenning, een taalmodel, en tekst-naar-spraak.
Een AI-chatbot is een chatvenster dat vragen beantwoordt met een taalmodel in plaats van met vooraf ingestelde keuzemenu’s. Hij begrijpt een vraag die op tien manieren gesteld kan worden, antwoordt in gewone taal, en put daarbij uit jouw eigen documenten.
Spraakherkenning, ook ASR of speech-to-text genoemd, zet gesproken taal om in geschreven tekst. Het is de eerste stap in elke voice-agent: pas als er tekst staat, kan een taalmodel er iets mee. De kwaliteit bepaalt alles wat erna komt, want een verkeerd verstaan woord wordt nooit meer goed.
Tekst-naar-spraak of TTS zet geschreven tekst om in een gesproken stem. Het is de laatste stap van een voice-agent: het antwoord van het taalmodel wordt hoorbaar gemaakt. Moderne stemmen klinken natuurlijk genoeg dat bellers ze in een kort gesprek vaak niet van een mens onderscheiden.
Conversational AI is de verzamelnaam voor systemen die een gesprek voeren in gewone taal, via chat, WhatsApp, mail of telefoon. Het is geen aparte techniek maar een toepassing: een taalmodel, een geheugen van wat er eerder is gezegd, en koppelingen met de systemen waar de antwoorden vandaan komen.
Een IVR is het klassieke telefoonkeuzemenu: toets 1 voor verkoop, toets 2 voor support. Het volgt een vast pad dat vooraf is uitgetekend. Een voice-agent heeft dat pad niet — je zegt in gewone taal waarvoor je belt, en het systeem bepaalt zelf wat er moet gebeuren.
n8n is een automatiseringsplatform waarin je werkstromen tussen systemen bouwt zonder alles zelf te programmeren: je sleept blokken aan elkaar die een trigger, een bewerking en een actie voorstellen. Het is opensource en je mag het op je eigen server draaien, waardoor je gegevens binnen je eigen omgeving blijven.
Workflow-automatisering is het vastleggen van een terugkerend werkproces in een reeks stappen die vanzelf worden uitgevoerd. Er komt iets binnen, er gebeurt iets mee, en het gaat ergens naartoe — zonder dat iemand het overtypt, doorstuurt of eraan hoeft te denken.
Een API is de ingang waarlangs twee systemen met elkaar praten. Het is een vaste set opdrachten die een programma aanbiedt — geef me deze klant, maak deze afspraak, werk deze status bij — zodat andere software er iets mee kan zonder een mens die knopjes indrukt.
Een webhook is een melding die een systeem uit zichzelf verstuurt zodra er iets gebeurt: er is een formulier ingevuld, er is betaald, een gesprek is afgelopen. Waar je bij een API zelf gaat vragen of er nieuws is, komt een webhook naar je toe op het moment zelf.
RPA of robotic process automation is software die een mens nabootst op het scherm: hij klikt, typt en kopieert in bestaande programma’s alsof hij een gebruiker is. Het wordt gebruikt om oude systemen te automatiseren die geen API hebben en dus geen andere ingang bieden.
Een MCP-server stelt een systeem beschikbaar aan een AI volgens het Model Context Protocol: een vaste afspraak over hoe een model gereedschap krijgt aangereikt. In plaats van voor elke AI een eigen koppeling te bouwen, bied je de functies één keer aan en kan elk model die gebruiken.
De EU AI Act is de Europese wet die AI-systemen indeelt naar risico en daar verplichtingen aan koppelt. Hoe groter het risico voor mensen, hoe zwaarder de eisen. De meeste toepassingen in het MKB — een chatbot, een telefoonassistent, een automatisering — vallen in de lichtste categorieën.
Een verwerkersovereenkomst is het contract dat de AVG verplicht stelt zodra een andere partij persoonsgegevens voor je verwerkt. Daarin staat wat die partij met de gegevens mag doen, hoe lang ze bewaard worden, hoe ze beveiligd zijn en wat er gebeurt bij een datalek.
Promptinjectie is een aanval waarbij iemand instructies verstopt in tekst die een AI verwerkt, zodat het model die opvolgt in plaats van jouw regels. Dat kan via een chatbericht, maar ook via een document, een mail of een webpagina die de AI toevallig leest.
Human in the loop betekent dat een mens in het proces zit op de plek waar het ertoe doet: de AI bereidt voor, een mens keurt goed voordat het naar buiten gaat. Het is de goedkoopste manier om AI in te zetten zonder het risico te lopen dat een fout meteen bij de klant belandt.
Lees verder
Staat je vraag er niet tussen?
Deze lijst gaat over de begrippen die wij zelf dagelijks gebruiken. Zit er iets bij waarvan je wilt weten wat het voor jouw bedrijf betekent, dan is de gratis AI-scan de kortste weg: we kijken naar je processen en zeggen ook wanneer AI niet het antwoord is.
Benieuwd wat er in jouw bedrijf kan?
Begin met de gratis AI-scan. Wij kijken mee in je processen en wijzen aan welke drie het meeste opleveren. Je krijgt het rapport, ook als je er verder niets mee doet.